VOORBEELD VAN EEN WEEKVERSLAG

Situatiebeschrijving stage
J. wordt tijdens de uitleg van Ineke een aantal keer boos op de kinderen naast hem.
Tijdens sport en spel loopt J. opeens boos en huilend weg.

Wat heb ik gedaan

•  Ik heb tegen J. gezegd dat hij misschien kan proberen om eerst tot 10 te tellen zodat hij dan was rustiger word en kan bedenken of het wel echt nodig is om boos te worden. Toen hij de keren erna boos wilde worden zag ik hem boos zijn hoofd omdraaien en ik hoorde hem tellen tot 10. Daarna ging hij weer rustig zitten. Ik heb mijn duim opgestoken om hem te laten zien dat ik het goed vond dat hij is gaan tellen.

•  Ik ben hem achterna gelopen en ben met hem in een rustige ruimte gaan zitten. Ik heb hem gevraagd wat er aan de hand was en hoe we het nu aan gaan pakken. Ik heb met hem afgesproken dat hij naar mij toe zou komen als hij boos denkt te worden of als het op een andere manier niet goed gaat (ruzie met andere kinderen bijvoorbeeld) Ook heb ik J. apart genomen omdat hij J. de hele tijd uit zat te dagen. Ik heb hem gevraagd daarmee op te houden omdat J. daar niet goed tegen kan. Hij zou hier op letten.

Reflecteren
Waarom heb ik het zo gedaan

•  Ik heb het zo gedaan omdat ik van mezelf ook weet dat het kan helpen. Het is een algemene stelregel, tel eerst tot 10 en kijk dan verder.

•  Het leek mij goed om J. een keer apart te spreken zodat hij wat rustiger na kan denken. Normaal gesproken wil hij ook niet echt luisteren en is hij steeds afgeleid. Dit viel nu heel erg mee. Ook wilde ik hem laten weten dat ik hem wil helpen als hij voelt dat het druk wordt in zijn hoofd.

Eigen beleving

•  Ik vond het fijn dat het op dat moment hielp voor hem. Het is al zo moeilijk om iets te vinden waar hij zich in kan vinden dus ik was heel blij dat hij dit van me aan nam.

•  Hetzelfde geld voor het tweede stukje. Het was prettig dat hij wilde luisteren. Ik wilde hem heel graag helpen omdat ik weet dat hij er ook niet veel aan kan doen. Het blijft lastig om het goede op het juiste moment te doen en ik vind dat ik dit op een goede manier heb aangepakt.

Theoretische verdieping (Ervaringen)

Uit ervaringen van vorige ‘conflicten' met J. weet ik dat het heel moeilijk is om met hem om te gaan en om het juiste te doen. Als iets maar even anders loopt als hij had gedacht gaat hij flippen.

Juliaan van Acker (zorgenkinderen) beschrijft een aantal technieken om gewenst gedrag te laten toenemen en om ongewenst gedrag te laten afnemen. (blz 51 t/m 56)

Zeven technieken om gewenst gedrag te laten toenemen

•  Verduidelijken wat wordt verwacht

•  Het voorbeeld geven

•  Structuur aanbrengen

•  Positief bekrachtigen

•  Impulsief gedrag even een kans geven

•  Een beloningssysteem toepassen

•  Het werken met een gedragscontract

 

Acht technieken om ongewenst gedrag te laten afnemen

•  Negeren van het probleemgedrag

•  Regels heel duidelijk stellen

•  Niet verbale signalen geven

•  Veranderingen in de situatie aanbrengen

•  Het kind apart nemen

•  Waarschuwen of de les lezen

•  Passend reageren

•  Kunnen omgaan met crisissituaties

•  Actief experimenteren (hoe zou ik het de volgende keer aanpakken)

Een volgende keer zou ik deze situaties hetzelfde aanpakken omdat ik nu heb gemerkt dat het werkt.

Reflectie doel handelingsplan

•  De kinderen kunnen in tweetallen aan een product werken die wij van tevoren hebben bedacht.

Ik vond dat we dit doel hebben behaald. De kinderen moesten in tweetallen een vlinder schilderen. Ieders een vleugel en samen het lijfje. Ik zag dat ze soms ook feedback gaven aan elkaar over elkaars vleugels. Ruzie is er niet gekomen en de vlinders waren vrij snel helemaal beschilderd naar ieder zijn wens.

Feedback Ineke

•  Ik vond het goed dat je aan J. vroeg wat voor een kleuren hij had gebruikt etc en niet alleen zei dat hij het goed had gedaan. Hierdoor zag ik dat je de methode Kaleidoscoop toepaste.

•  Ik vond het goed dat je afstand nam van M. zodat ze de mogelijkheid kreeg zelf te dansen.