STAGEBOEK (PRINT DIT UIT EN LEES HET GOED !!!! )

Inhoud:

Tijdens tentamenweken moet er wel stage worden gelopen. In overleg met de stagebegeleid(st)er kan hier wel rekening mee worden gehouden.


3 Informatie over de instelling

Wanneer er vanuit de opleiding verslaglegging gedaan moet worden over de instelling, de wijk of de doelgroepen, dan moet dit verslag eerst gelezen en goedgekeurd worden door de stagebegeleid(st)er, voordat het verslag naar de opleiding gaat. Dit, om verkeerde informatieverstrekking of misverstanden rondom privacy te voorkomen.
De goedkeuring van een verslag wordt bevestigd door een handtekening van de stagebegeleid(st)er.

4 Ziekmelding

Wanneer je door ziekte verhinderd bent om op je stage te verschijnen, dan ben je verplicht dit op de eerste dag van afwezigheid ’s morgens voor 9.00 uur te melden aan je stagebegeleid(st)er. Is deze (nog) niet aanwezig geef het dan door aan een collega.

Ook wanneer je in de loop van de dag ziek wordt, geef dit dan door aan je stageplek. Op die manier kan er direct gezocht worden naar mogelijke vervanging of andere oplossingen.

Iedereen is zo nu en dan wel eens ziek of kan door bepaalde omstandigheden niet aan het werk. Dit is absoluut niet erg.
Maar komt het te vaak voor en mis je teveel uren, dan zul je deze uren in moeten halen. Uiteraard gaat ook dit in overleg met je stagebegeleid(st)er.

5 Begeleiding

Het aantal begeleidingsuren zal aangepast worden aan het aantal stage-uren van de stagiair(e).


6 Beoordeling

Stagiaires die beoordeeld moeten worden middels beoordelingsformulieren moeten deze formulieren minstens 2 weken voor de inleverdatum aan de stagebegeleid(st)er overhandigen. Zo heeft de stagebegeleid(st)er voldoende tijd om een juiste beoordeling te geven.


7 Uitvoering

Met betrekking tot de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van de activiteiten gelden er verschillende regels. Zie bijlagen.

8 Privacy

Alle informatie die je binnen je stage te horen krijgt over de instelling, de wijk en voornamelijk de doelgroepen, zijn vertrouwelijk. Dit betekent dat die informatie binnen de muren van de instelling blijft en dus niet aan derden doorgespeeld mag worden.

Het maken van foto’s en ander beeldmateriaal moet in overleg met je stagebegeleid(st)er. Ook dit weer in verband met de wet op de privacy.


9 Vergoedingen

-Reiskostenvergoeding: Geen, eventuele uitzonderingen.
-Schadevergoeding: Kleding is in principe eigen risico, zie punt 10.
Schade aan geleende materialen kan eventueel vergoed worden.

10 Kleding

Trek makkelijke kleding en schoenen aan als je naar je stage gaat. Werken met kinderen betekent veel bewegen, snel kunnen handelen, bezig zijn met verschillende (handenarbeid)materialen, enz. Denk bijvoorbeeld aan; sport- en spelactiviteiten, buiten spelen, bosspelen, (lange) speurtochten, knutselen, verven, boetseren, enz. Kortom, de doelgroep en de activiteiten vragen om comfortabele kleding en schoenen, die wel tegen een stootje kunnen. Tijdens buitenactiviteiten en aan het begin van het seizoen is er speciale bedrijfskleding

11 Opbergen van kostbare spullen

Waardevolle spullen moet je op een veilige plek opbergen. P2 en de Snuffelpaal hebben daar hun eigen plekken voor . Vraag daarna en berg je spullen daar op.

12 Telefoongebruik

Telefoon buurtcentrum:
Moet je voor je stage of voor school gebruik maken van de telefoon, dan kan dat. Moet je even snel naar huis bellen, dan kan dat ook nog wel. Maar het is niet de bedoeling dat er ellenlange privé-gesprekken worden gehouden, op kosten van het wijkcentrum.

Mobiel:
Op het moment dat je stage-uren ingaan, moet je mobiele telefoon uit. Je bent in principe op je ‘werk’ en dan hoef je geen privé-gesprekken te voeren. Hebben mensen je heel dringend nodig, dan kunnen ze je ook op het wijkcentrum ( tel: 026-3615564 ) bereiken.
Bovendien geldt deze regel ook voor onze kinderen en vrijwiligers. Op deze manier blijft het een duidelijke regel voor iedereen.

13 Internet gebruik

Het is in de Snuffelpaal niet toegestaan zonder toestemming gebruik te maken van de computerruimte. Dit om te voorkomen dat er alleen maar wordt gechat en gemailt. Computergebruik is alleen mogelijk voor je stageverslag en werkstukken en voor werkzaamheden m.b.t je werkzaamheden. Dit moet je eerst aan je stagebegeleider vragen. Zo wie zo mag je niet msnnen tijdens je stage.


14 MSN regel

Het is niet toegestaan hotmail en msn gegevens uit te wisselen met kinderen. We vinden het niet wenselijk dat stagiaires in werktijd of vrije tijd met kinderen msn-nen of chatten .

15 Bewijs van goed gedrag

Van alle stagiaires ( en ook vrijwilligers ) vragen wij dat je vrijwilig een bewijs van goed gedrag in vult. Tevens geef je hierbij toestemming aan de Snuffelpaal om de echtheid van je ingevulde gegevens te controleren.

16 Gedragscode Sexuele intimidatie. Lees dit goed ( als bijlage van het stagehandboek )

17 Foto’s

Foto’s die tijdens de stage gemaakt worden kunnen gebruikt worden voor de website en andere publiciteitsmiddelen van de buurthuizen. Alle rechten komen toe aan de Snuffelpaal. Na afloop van de stage worden alle foto’s weer verwijdert.


Stage lopen in het kinderwerk.

Stagelopen is meer dan eens per week een activiteiten draaien met kinderen. Je moet deze activiteit ook voorbereiden, je moet samenwerken met de rest van de leiding en voor een goed verloop van het geheel zijn voor- en nabesprekingen noodzakelijk.

Verder is je stage een leerproces. Dit houdt in dat je niet meteen alles perfect hoeft te doen. Je krijgt de ruimte om van je fouten te leren. De voorbesprekingen zijn grotendeels organisatorisch, in de nabespreking wordt bekeken hoe het is gegaan. Wat ging goed, wat ging minder en wat kun je hiervan leren.

Stagelopen is niet het uitvoeren van opdrachten. Stagelopen houdt in dat je binnen een gegeven stramien op den duur zelf initiatieven gaat nemen. Dit houdt in dat je iedere week bedenkt wat je de volgende week gaat doen en die activiteit de volgende keer dan ook voorbereid hebt. Uiteraard word je niet meteen in het diepe gegooid. De voor- en nabesprekingen zijn er om te overleggen en dingen te vragen.

Ik wil je nadrukkelijk vragen de namen van de kinderen te leren. In het begin is dit misschien lastig, maar blijf kinderen naar hun naam vragen net zolang tot je ze kent. Dit is van belang om verschillende redenen. Ten eerste wordt iedereen liever met zijn of haar naam aangesproken. Ten tweede is de sfeer veel beter als je de namen kent, het is minder anoniem. Ten derde maak je veel meer indruk als je iemand ergens op aan moet spreken en je roept hem of haar bij de naam. Voor de herkenbaarheid van nieuwe stagiaires moet je een aantal keren “bedrijfskleding”aantrekken.


Voor de kinderen gelden een aantal regels. Ze lijken erg voor de hand te liggen. Je zult echter merken dat je kinderen toch nog regelmatig op de regels zult moeten wijzen.
De regels zijn:
- Respect voor de leiding en andere kinderen tonen.
- Meedoen met de activiteit, in ieder geval tijdens de activiteit geen storend gedrag vertonen.
- Niet vechten / slaan / schoppen / spugen.
- Niet schelden.
- Niet slopen.
- Alle kinderen helpen mee met opruimen. Rommel in de afvalbak, vegen, materialen bij elkaar leggen.

Verder is het belangrijk dat je plezier hebt en houdt in het stagelopen. Het zal niet altijd even makkelijk zijn, maar samen met je medestagiaires en vrijwilligers maak je er wat van.



Orde houden.

Van te voren moeten de regels van de activiteit duidelijk zijn, voor zowel de kinderen als de leiding.

Tijdens de voorbespreking moet een goede taakverdeling worden gemaakt tussen de leiding.

Als de kinderen binnenkomen, observeer dan hun stemming. Na verloop van tijd kun je al als iemand binnenkomt inschatten hoe groot de kans is dat deze persoon later op de middag vervelend wordt. Tekenen kunnen uiteraard zijn; erg druk, agressief, maar juist als kinderen zich vervelen is de kans groot dat er een uitbarsting komt.

Iedere keer als een kind een regel overtreedt, moet je dit zeggen tegen het kind. Duidelijk aangeven wat er aan de hand is, welke regel er is overtreden, dat dit dus niet mag en wat het gevolg is als het blijft gebeuren.

Het is ABSULUUT niet toegestaan kinderen tegen kinderen te schreeuwen en ze aan te raken om corrigerend op te treden.

Geef altijd eerst een waarschuwing, geef dat ook door aan je collega’s.

Stuur niet al te snel iemand eruit. Het is het uiterste middel. Dreig er ook niet te snel mee, want waar je mee dreigt, moet je waar maken.

Het is afhankelijk van het gedrag hoeveel waarschuwingen iemand krijgt. Meestal twee waarschuwingen en bij de derde is het mis. Bepaald gedrag is echter zo ontoelaatbaar dat je meteen actie moet ondernemen.

Wat kun je doen om een goede sfeer te behouden en te voorkomen dat je de hele middag ‘ politieagentje ’ moet spelen;

- Probeer het gedrag van het kind te veranderen door de situatie te veranderen, in te spelen op wat er gebeurt en onverwachts uit de hoek te komen.
- Probeer je altijd in te leven in de leef- en belevingswereld van de kinderen. Ga echter niet ‘meedoen’. Dat komt over als ‘nep’, kinderen prikken daar meteen doorheen.
- Veel observeren, kijk wie naar wie toe trekt, wie door wie wordt gepest, enz. probeer voor jezelf de verbanden in kaart te brengen.
- Let altijd goed op de sfeer. Door te proberen van elk kind het ‘humeur’ in te schatten, kun je inzicht krijgen op de oorzaak van een bepaalde sfeer en daar mee werken.
- Probeer te achterhalen wat kinderen leuk vinden. Wat is ‘in’ , wat is populair op dat moment.
- Probeer je losjes te bewegen in de groep. Wees wel duidelijk aanwezig en laat merken dat je alles hoort en ziet. Gek doen en grappen maken met de kinderen mag en is zelfs heel goed en leuk, maar jij bent en blijft de leiding. Laat dit ook duidelijk merken naar de kinderen toe.
- Wacht niet tot zij naar jou toe komen, maar neem ook zelf initiatief om met ze te spelen en te praten.


Als je een kind aan moet spreken op bepaald (storend) gedrag, hou dan de volgende punten in gedachten:

- Loop niet door de ruimte te schreeuwen, ga naar het kind toe en spreek hem/ haar aan.
-Spreek het kind aan ' op eigen hoogte' : ga dus door de knieen.
- Neem een vervelend kind apart, zeker als het in een groep staat. Ga niet in discussie, zeg wat je van het gedrag vindt en wat er moet gebeuren.
- Zorg dat je als leiding één lijn trekt. Val elkaar nooit af in het bijzijn van de kinderen. Je kunt het later in de nabespreking uitpraten.
- Wees duidelijk en concreet.
- Zeg duidelijk wat je niet goed vindt en vertel dat hij/ zij daarmee op moet houden.
- Zorg dat een kind je aankijkt, laat het kind ook herhalen wat je hebt afgesproken.
- Probeer te voorkomen dat je echt kwaad wordt, dan hebben ze je natuurlijk precies waar ze je willen hebben. Tel maar tot tien of zo en bewaar je frustratie of kwaadheid tot de nabespreking.

Als je uiteindelijk toch een kind eruit stuurt (altijd in overleg met je stagebegeleider), moet je het kind naar huis brengen. We willen niet dat ze alleen over straat zwerven en dat ouders denken dat ze op de club zijn. Spreek af dat jullie, de eerstvolgende keer als het kind weer binnen mag komen, nog even praten over het voorval. Dan kun je het kind nog even kort op de regels wijzen en dan ‘zand er over’.

Tot slot, probeer zoveel mogelijk de humor van bepaalde situaties in te zien. Laat je niet op stang jagen en krop vooral niks op. Nabesprekingen zijn er om te praten over de activiteit en om je hart te luchten. Bovendien kun je natuurlijk altijd bij je stagebegeleidster terecht en misschien ook wel bij je collega’s.

Veel plezier in je stage op buurtcentrum P2 en de Snuffelpaall!!!

Afspraken Woensdagmiddaginstuif.

Om de woensdagmiddaginstuiven zo goed mogelijk te laten verlopen en om te weten wat er van je als vrijwilliger/ stagiaire wordt verwacht, een aantal afspraken die gelden voor deze activiteit.


1. Voor alle medewerkers /medewerksters begint de woensdagmiddag om 11.00 uur en eindigt om 16.00 uur.
2. Tussen 11.00 uur en 11.30 uur is de voorbespreking van de verschillende activiteiten. (wat, wie, waar)
3. Eén keer in de maand ( op de laatste woensdag van de maand ) maken we met z’n allen het maandprogramma. Het werkt prettig als je daar van te voren over hebt nagedacht.
4. Tijdens de activiteit (van 13.45 uur tot 15.15 uur) krijgt iedere begeleider een groep kinderen toegewezen, waar hij /zij verantwoordelijk voor is. Je werkt in koppels, dus je staat met z’n tweeen op een groep.
5. Tijdens de voor- en nabespreking en tijdens de uitvoering van de activiteit mag er niet gerookt worden. Ervoor en erna mag er buiten gerookt worden.
6. Om 15.15 uur wordt er gezamenlijk opgeruimd.
Dit betekent: Materialen opbergen in het materialenhok.
De ruimte vegen (eventueel dweilen).
Tafels en stoelen schoon achterlaten.
Knutselvoorbeelden in de knutsel map ( als ze erbij passen )
7. Na het opruimen gaan we gezamenlijk nabesprekingen.
Bij elke nabespreking komen de volgende punten aan bod;
-hoe verliep de activiteit?
-wat ging er goed, wat ging er minder goed?
-problemen waar je tegenaan liep?
-voorbereiding volgende activiteit.
-eventueel een nieuwe planning maken.
-eventueel bijzondere- en/of vakantieactiviteiten bespreken.
-eventueel voorwerk doen voor een volgende activiteit.
8. Van iedere medewerker/ medewerkster wordt zijn/ haar bijdrage verwacht bij het bedenken en voorbereiden van de activiteiten.
9. De nabespreking is er, naast het bespreken van de activiteiten, ook om je
hart te kunnen luchten. Als je iets dwars zit zeg dit dan, als het mogelijk is, tijdens de nabespreking. Vind je dit moeilijk zeg het dan tegen je stagebegeleider. Maak van je hart geen moordkuil!
10. Wanneer je een keer niet kunt, wegens ziekte of iets anders, geef dit dan zo vroeg mogelijk door aan je stagebegeleider. Dit is belangrijk in verband met de planning en de uitvoering. Zo kunnen we eventueel nog voor vervanging zorgen.
11. In schoolvakanties wordt er soms de clubs doorgedraaid. Dit zal ruim van te voren gevraagd worden als er hulp nodig is.
12. Na elke activiteit vul je het knutselformulier in en geef dat aan je stagebegeleider.

Gedragscode Seksuele Intimidatie

Waarom een gedragscode seksuele intimidatie?

Naast dat het binnen de Arbo-wetgeving een vereiste is, is het goed om aan een beleid inzake seksuele intimidatie aandacht te schenken. Overal, binnen alle situaties, organisaties, clubs, etc., komen vormen van seksuele intimidatie voor, ook bij De Snuffelpaal.
Het is daarom goed om vooraf te weten hoe een ieder het beste kan handelen. Om te weten waar grenzen liggen, waar hulp en ondersteuning gevonden kan worden en wat een ieders grenzen en verantwoordelijkheden zijn.

Een gedragscode is belangrijk om misstanden (valselijk beschuldigen of het niet serieus nemen) zo veel mogelijk te voorkomen.
Van belang is dat we het binnen de Snuffelpaal eens zijn over de grenzen die aan de omgang tussen begeleiders, in de ruimste zin van het woord, en kinderen  kunnen worden gesteld.

Wat is seksuele intimidatie?

Seksuele intimidatie is een breed begrip. Dubbelzinnige grapjes, onverwachte aanrakingen en pin-ups in openbare ruimtes kunnen als intimiderend worden ervaren. Ook ondubbelzinnige, strafbare vormen van seksueel misbruik, zoals aanranding en verkrachting, vallen onder seksuele intimidatie.
De definitie van seksuele intimidatie is: elke vorm van seksueel gedrag of seksuele toenadering, in verbale, non-verbale of fysieke zin, opzettelijk of onopzettelijk, die door de persoon die het ondergaat als ongewenst of gedwongen wordt ervaren.

Seksuele intimidatie komt het meest voor in relaties waarbij sprake is van machtsverschil. Dat machtsverschil kan te maken hebben met leeftijd (volwassene tegenover kind), positie (betaald versus vrijwilliger, begeleider versus kind) of bijvoorbeeld getal (groep versus eenling).
Wat hierbij van belang is dat kinderen vaak nog weinig over seksualiteit weten, ze herkennen seksueel gedrag niet snel als misbruik en weten niet hoe ze hun grenzen kunnen aangeven. Daarbij ligt de verantwoordelijkheid voor het bewaken van hun grenzen geheel en al bij de volwassene.

Een gedragscode

De omgang tussen mensen en het lichamelijk contact tussen mensen laten zich niet tot in detail regelen. Dat is ook niet de bedoeling van de gedragsregels.
Lichamelijk contact kan namelijk heel functioneel zijn en een ‘aai over de bol’ motiverend en prettig naar kinderen. Aanrakingen en bijvoorbeeld het geven van complimentjes moeten geen taboe worden.

Van gedragsregels gaat een preventieve werking uit. Daarvoor is het van belang dat de gedragsregels zo breed mogelijk bekend en geaccepteerd worden en dat ook blijven. De gedragsregels zijn richtlijnen voor de begeleiders/vrijwilligers, waarmee seksuele intimidatie kan worden voorkomen. Ze geven de grenzen aan van het handelen. Ze fungeren als toetssteen voor het gedrag van begeleiders/vrijwilligers en deelnemers in concrete situaties.
Ook deelnemers onderling dienen de grenzen van elkaar te respecteren en seksuele intimidatie te voorkomen.
Het naleven van de gedragscode is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van de (volwassen) begeleiders en niet van het kind of degene die dit om welke reden dan ook niet kan.

De gedragsregels

Iedereen binnen de Snuffelpaal dient zich te onthouden van seksueel (machts)misbruik en seksuele intimidatie.

  • Een begeleider moet zorgen voor een omgeving en sfeer waarbinnen het kind zich veilig voelt.
  • Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen begeleiders en kinderen of anderszins zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.
  • Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen beroepskrachten en begeleiders ( vrijwilligers/stagiaires ) zijn ongewenst.
  • Een begeleider mag niet ingaan op seksueel getinte toenaderingspogingen van de kinderen ook al verlangt het kind daarnaar of nodigt hij/zij daartoe uit.
  • Een begeleider mag een kind niet op zodanige wijze aanraken dat het kind deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het bewust of onbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten.

Functionele aanrakingen (bijvoorbeeld het troosten van een kind) zijn natuurlijk wel toegestaan. De begeleider moet er dan voor zorgen dat daar waar lichamelijk contact noodzakelijk en functioneel is, dit contact of deze aanraking nooit verkeerd – in de zin van seksueel intimiderend – kan worden geïnterpreteerd (door het kind danwel een derde).

  • Een begeleider onthoudt zich van seksueel getinte verbale intimiteiten.
  • Men dient de persoonlijke grenzen van elkaar te respecteren en de grenzen van het professioneel gedrag niet te overschrijden. Onder professioneel wordt verstaan de kwaliteit van het handelen, overeenkomstig de geldende standaard en opleiding (dus niet of er al dan niet wordt betaald voor de werkzaamheden).
  • Een begeleider zal er actief op toezien dat bovenvermelde regels worden nageleefd door iedereen die bij de Snuffelpaal is betrokken. Indien hij/zij gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze regels, zal hij/zij de betreffende persoon daarop aanspreken en heeft hij/zij de plicht dit te melden bij de beroepkracht kinderwerker.
  • In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleiders in de geest hiervan te handelen.
  • Msn, hotmail, sms adressen mogen niet met kinderen worden uitgewisseld
  • Het is niet toegestaan alleen met een kind naar de wc te gaan.
  • Het is niet toegestaan voor kinderen snoep/ijs ed te kopen.
  • Begeleiders zijn altijd met z’n tweeën in een ruimte tijdens activiteiten.
  • Elke stagiaire en vrijwilliger kan een bewijs van goed gedrag overleggen. Dit gebeurt op basis van vrijwilligheid. De Snuffelpaal heeft toestemming de verstrekte gegevens te controleren
Hoe te handelen bij overschrijding van de regels?

De begeleider moet zich realiseren dat hij een voorbeeldfunctie heeft. Als hij grensoverschrijdend gedrag signaleert, dient hij maatregelen te nemen. Ook een volwassene die grensoverschrijdend gedrag signaleert dient dit te melden.

Hoe te handelen als sprake is van seksuele intimidatie of als daar een vermoeden van is?

  • Je neemt het serieus maar je gaat niet zelf dokteren.
  • Je scheidt eventueel personen/partijen.
  • Je bent tot geheimhouding verplicht.
  • Te allen tijde en wel onmiddellijk wordt de verantwoordelijke beroepskracht  (in overleg met het slachtoffer) ingelicht: vanwege de meldingsplicht.

Wat in niet alle gevallen van toepassing is maar soms ook nog zou kunnen:

  • De betreffende persoon op zijn gedrag aanspreken.
  • Een officiële klacht indienen bij de beroepskracht  (in overleg met het slachtoffer).
  • Aangifte doen bij de politie (in overleg met het slachtoffer) indien een strafbaar feit is gepleegd.
  • Het slachtoffer wijzen op de diverse hulpverleningsmogelijkheden.
Uitgangspunten

We moeten er met z’n allen op toezien dat we niet te ‘spastisch’ met het onderwerp ‘ongewenste intimiteiten’ omgaan. Daarom zijn er een aantal uitgangspunten geformuleerd, want niet alles hoeft altijd een probleem te zijn. Het belang van kind hoort altijd voorop te staan

  • Alles moet in het openbaar kunnen plaatsvinden
  • Kinderen worden niet voorgetrokken
  • Voor die situaties die mogelijk tot verkeerde interpretatie van derden zouden kunnen leiden wordt aangeraden de zaken dan zo veel mogelijk door twee begeleiders te laten doen, bijvoorbeeld twee EHBO-ers (het is niet steeds dezelfde begeleider die zich afzondert)
  • Op de Snuffelpaal hoort voor een kind een ander kind het beste maatje te zijn en voor een begeleider een andere begeleider

 

 

VOORBEELD VAN EEN ACTIVITEITEN OPZET

Vandaag komen de kinderen van 13.30 tot 15.30

Thema : Verkeer

Beginsituatie

Aantal kinderen : onbekend

Leeftijd : 4-5-6 jaar

Activiteit: Zoek het voertuig

Doel: Tijdens de activiteit kunnen de kinderen doelgericht zoeken naar plaatjes

Planning

Materialen gereed hebben. De plaatjes van tevoren op hebben gehangen.

Benodigdheden

•  muziek

•  plaatjes van voertuigen

•  plakband

Locatie: Grote zaal van de snuffelpaal

Tijd: 13.40 – 13.50

Opstelling

Tijdens de uitleg zitten de kinderen in een u-vorm.

Uitleg activiteit

In de ruimte hangen overal plaatjes van verschillende voertuigen. Wanneer de muziek aan is mogen de kinderen door de ruimte heen spelen/ dansen. Als de muziek uitgaat dan noemt een begeleider een voertuig op. De kinderen lopen zo snel als ze kunnen naar het plaatje met dat voertuig erop. Dit een paar keer herhalen.

Rest van de tijd van sport en spel improvisatie

Activiteit: Tractor bouwen

Doel (Handelingsplan)

Tijdens de activiteit kunnen de kinderen aan 1 eindproduct werken.

Waarom dit doel

Wij vinden het belangrijk dat de kinderen leren samen te werken. Dit hebben wij de afgelopen weken opgebouwd. We denken dat de kinderen nu in staat zijn om met z'n allen aan 1 product te werken.

Planning: Materialen gereed hebben.

Benodigdheden

•  verschillende formaten dozen

•  materialen waarmee je de dozen kunt versieren

zoals: verf, papier.

•  kwasten

•  water

•  lijm

•  kranten

•  eventueel vuilniszakken voor op de grond.

Locatie: Peuterspeelzaal van de Snuffelpaal

Tijd

Opstelling

De kinderen zitten allemaal aan 1 lange tafel.

Uitleg activiteit

Het is de bedoeling dat de kinderen een van de dozen een tractor maken. Dit doen ze door met z'n allen eerst de onderdelen te versieren, daarna zetten we de tractor in elkaar.

VOORBEELD VAN EEN WEEKVERSLAG

Situatiebeschrijving stage
J. wordt tijdens de uitleg van Ineke een aantal keer boos op de kinderen naast hem.
Tijdens sport en spel loopt J. opeens boos en huilend weg.

Wat heb ik gedaan

•  Ik heb tegen J. gezegd dat hij misschien kan proberen om eerst tot 10 te tellen zodat hij dan was rustiger word en kan bedenken of het wel echt nodig is om boos te worden. Toen hij de keren erna boos wilde worden zag ik hem boos zijn hoofd omdraaien en ik hoorde hem tellen tot 10. Daarna ging hij weer rustig zitten. Ik heb mijn duim opgestoken om hem te laten zien dat ik het goed vond dat hij is gaan tellen.

•  Ik ben hem achterna gelopen en ben met hem in een rustige ruimte gaan zitten. Ik heb hem gevraagd wat er aan de hand was en hoe we het nu aan gaan pakken. Ik heb met hem afgesproken dat hij naar mij toe zou komen als hij boos denkt te worden of als het op een andere manier niet goed gaat (ruzie met andere kinderen bijvoorbeeld) Ook heb ik J. apart genomen omdat hij J. de hele tijd uit zat te dagen. Ik heb hem gevraagd daarmee op te houden omdat J. daar niet goed tegen kan. Hij zou hier op letten.

Reflecteren
Waarom heb ik het zo gedaan

•  Ik heb het zo gedaan omdat ik van mezelf ook weet dat het kan helpen. Het is een algemene stelregel, tel eerst tot 10 en kijk dan verder.

•  Het leek mij goed om J. een keer apart te spreken zodat hij wat rustiger na kan denken. Normaal gesproken wil hij ook niet echt luisteren en is hij steeds afgeleid. Dit viel nu heel erg mee. Ook wilde ik hem laten weten dat ik hem wil helpen als hij voelt dat het druk wordt in zijn hoofd.

Eigen beleving

•  Ik vond het fijn dat het op dat moment hielp voor hem. Het is al zo moeilijk om iets te vinden waar hij zich in kan vinden dus ik was heel blij dat hij dit van me aan nam.

•  Hetzelfde geld voor het tweede stukje. Het was prettig dat hij wilde luisteren. Ik wilde hem heel graag helpen omdat ik weet dat hij er ook niet veel aan kan doen. Het blijft lastig om het goede op het juiste moment te doen en ik vind dat ik dit op een goede manier heb aangepakt.

Theoretische verdieping (Ervaringen)

Uit ervaringen van vorige ‘conflicten' met J. weet ik dat het heel moeilijk is om met hem om te gaan en om het juiste te doen. Als iets maar even anders loopt als hij had gedacht gaat hij flippen.

Juliaan van Acker (zorgenkinderen) beschrijft een aantal technieken om gewenst gedrag te laten toenemen en om ongewenst gedrag te laten afnemen. (blz 51 t/m 56)

Zeven technieken om gewenst gedrag te laten toenemen

•  Verduidelijken wat wordt verwacht

•  Het voorbeeld geven

•  Structuur aanbrengen

•  Positief bekrachtigen

•  Impulsief gedrag even een kans geven

•  Een beloningssysteem toepassen

•  Het werken met een gedragscontract

 

Acht technieken om ongewenst gedrag te laten afnemen

•  Negeren van het probleemgedrag

•  Regels heel duidelijk stellen

•  Niet verbale signalen geven

•  Veranderingen in de situatie aanbrengen

•  Het kind apart nemen

•  Waarschuwen of de les lezen

•  Passend reageren

•  Kunnen omgaan met crisissituaties

•  Actief experimenteren (hoe zou ik het de volgende keer aanpakken)

Een volgende keer zou ik deze situaties hetzelfde aanpakken omdat ik nu heb gemerkt dat het werkt.

Reflectie doel handelingsplan

•  De kinderen kunnen in tweetallen aan een product werken die wij van tevoren hebben bedacht.

Ik vond dat we dit doel hebben behaald. De kinderen moesten in tweetallen een vlinder schilderen. Ieders een vleugel en samen het lijfje. Ik zag dat ze soms ook feedback gaven aan elkaar over elkaars vleugels. Ruzie is er niet gekomen en de vlinders waren vrij snel helemaal beschilderd naar ieder zijn wens.

Feedback Ineke

•  Ik vond het goed dat je aan J. vroeg wat voor een kleuren hij had gebruikt etc en niet alleen zei dat hij het goed had gedaan. Hierdoor zag ik dat je de methode Kaleidoscoop toepaste.

•  Ik vond het goed dat je afstand nam van M. zodat ze de mogelijkheid kreeg zelf te dansen.