De instelling
De instelling waarin ik stage loop is buurthuis de Snuffelpaal.Deze instelling wordt gefinancierd door Rijnstad. Dit is een stichting voor sociaal-cultureel werk in Arnhem. Verder zijn er fondsen die de instelling financieren.
De organisatie
Visie en doelen
Buurthuis de Snuffelpaal
Het is voor kinderen belangrijk dat zij opgroeien in een veilige omgeving. Een omgeving die genoeg te bieden heeft om van te leren en ervaring op te doen in de omgang met andere mensen / kinderen.
Het doel is om kinderen te helpen en te activeren om hun plaats in de samenleving gestalte te geven.
Dit gebeurt op verschillende manieren.
Ontmoeting en recreatie:
Voor kinderen zijn er verschillende activiteiten waar zij aan mee kunnen doen.
Educatie:
De kinderen leren doormiddel van deelname aan activiteiten. Ze leren op cognitief, sociaal en motorisch gebied.
Deze doelstellingen zijn terug te zien in de praktijk. Er wordt voor de kinderen iedere dag iets georganiseerd waar zij deel aan kunnen nemen. Hier leren de kinderen op een leuke manier iets.
Spelcontainer de Dobbelsteen
Bij de Dobbelsteen is het doel om kinderen de mogelijkheid te bieden om veilig en prettig buiten te spelen.
In de ontwikkeling is buiten spelen een belangrijke factor in de ontwikkeling van het kind.
Iedere dag zijn er veel kinderen die bij de dobbelsteen komen spelen. Er zijn begeleiders die op de kinderen letten. Het is mij opgevallen dat er weinig is tussen de kinderen en zij vooral met veel plezier aan het spelen zijn.
Werkstructuur
In het buurthuis word er gewerkt met verschillende doelgroepen. Tijdens mijn stage zat ik bij het kinderwerk daarom beschrijf ik daar de werkstructuur van. Er is een kinderwerker aanwezig. Deze persoon is leidinggevend in het kinderwerk binnen deze instelling. Daaronder komt de assistent kinderwerker. Deze persoon regelt dingen maar is ook aanwezig tijdens activiteiten. Verder zijn er vrijwilligers en stagiaires aanwezig die betrokken zijn bij de activiteiten.
Invloed van de doelgroep op het beleid
Bij de Dobbelsteen is er een kinderraad. Daarin zitten een aantal kinderen uit de wijk Presikhaaf. In de kinderraad wordt gepraat over wat beter kan bij de Dobbelsteen en wat er verbeterd moet worden in de wijk. In keer in de 2 weken komt de kinderraar bij elkaar en worden daar belangrijke punten besproken.
De doelgroep
De doelgroep waarmee ik werk zijn kinderen van 4 t/m 13 jaar oud. Deze kinderen wonen in Presikhaaf. Er zijn veel Nederlandse kinderen maar ook een aantal kinderen van allochtone afkomst. Deze buurt is een achterstandbuurt.
Er zijn veel goedkope huurwoningen waaruit blijkt dat de mensen een laag inkomen hebben. Deze wijk staat laag op de maatschappelijk ladder. Het aantal werkende bewoners is laag vergeleken met andere wijken. Het inkomen van de bewoners is gemiddeld of lager.
Er schijnt een relatie te zijn tussen een laaginkomen en sociaal - emotionele contacten te zijn. Hierdoor kwamen de ouders in noodsituaties. Doordat ze een laag inkomen hebben kunnen zij hun kinderen niet mee laten doen aan trends.
Het beeld van de kinderen was anders dan dat ik gedacht had. Ik had het idee dat ze drukker waren en dat er veel ruzie zou zijn tussen de kinderen. Maar nu ik er stage loop blijkt dat niet zo te zijn. Het valt mij op dat de kinderen enthousiast mee doen en zich goed zelf kunnen vermaken.
De kinderen komen hier om mee te doen aan activiteiten. Van tevoren weet je nooit welke en hoeveel kinderen er aanwezig zijn die dag. De kinderen kunnen dus zelf bepalen of met hun ouders of zij naar het buurthuis gaan of niet. Ze vinden het leuk om te komen. Doordat er een gevarieerd aanbod is, is er voor ieder kind wel iets bij dat hem / haar interesseert. Er is weinig ruzie en de kinderen gaan leuk met elkaar om. Ze zijn druk bezig met de activiteiten en gaan met een vrolijk gezicht weer naar huis.
De medewerkers
Betaalde werknemers
Geslacht: Man
Opleiding: HBO SCW
Hoelang in dienst: 20 jaar bij de stichting Rijnstad
Functie: Kinderwerker
Geslacht: Vrouw
Opleiding: Deeltijd MBO SCW
Hoelang in dienst: 6 jaar bij de stichting Rijnstad, voordat ze bij de Snuffelpaal kwam heeft ze bij verschillende spelcontainers gewerkt.
Functie: Assistent kinderwerker
Het valt mij op dat er maar weinig betaalde krachten zijn voor het kinderwerk bij de Snuffelpaal.
De kinderwerker heeft veel besprekingen. Deze persoon in minder aan het werk met de doelgroep dan de andere werkers in de instelling. Hij is de leidinggevende persoon binnen het kinderwerk in deze instelling.
De assistent kinderwerker heeft ook veel besprekingen maar is meer betrokken bij de activiteiten dan een kinderwerker. Zowel in de voorbereiding als de uitvoering is de assistent aanwezig.
Ik vind het leuk om met kinderen te werken en om activiteiten te bedenken en uit te voeren. Dat spreekt mij wel aan binnen de instelling. Overleggen en vergaderingen lijken mij minder leuk maar het hoort er wel bij omdat het belangrijk is.
In deze instelling heeft degene met een HBO- diploma een leidinggevende functie. Degene met een MBO- diploma is meer uitvoerend bezig.
Volgens een medewerker is het belangrijk dat je op een positieve manier met de doelgroep omgaat. Je moet dingen kunnen organiseren zowel een knutselmiddag als een grote activiteit. Het is belangrijk dat je kunt samenwerken met anderen omdat je de dingen niet alleen doet. Als er problemen ontstaan is het goed om die bespreekbaar te maken.
Ik ben het hier mee eens en heb er verder weinig aan toe te voegen. De punten die genoemd zijn heb ik tijdens mijn stage terug gezien. Iedereen gaat op een positieve manier met de doelgroep om. Er word bijvoorbeeld niet geschreeuwd tegen de kinderen. Na een activiteit wordt alles na besproken, daarin kun je vertellen wat je kwijt wil.
Vrijwilligers
Er zijn binnen de instelling vrijwilligers aan het werk. Zij helpen mee met de activiteiten en de voorbereiding daarvan. Deze mensen kunnen als zij willen een bepaalde vergoeding krijgen voor het werk dat zij doen. Zij zijn verzekerd als zij aan het werk zijn.
Omgang met de deelnemers
Voordat ik aan mijn stage begon had ik er een ander beeld van. Het beeld dat ik had was dat er weinig te doen was in een buurthuis. Ik had het idee dat er alleen woensdag middag kinderen kwamen. Toen ik eenmaal aan mijn stage begon bleek dat er iedere dag wat voor kinderen te doen is. Dat had ik dus niet verwacht.
Toen ik op mijn stage binnen kwam vond ik dat het er leuk en gezellig uit zag. Eerst had ik een gesprek waarin een aantal dingen werden uitgelegd. We hebben toen een planning gemaakt van wat ik zou gaan doen. Dit vond ik fijn want dan weet ik waar ik aan toe ben.
Op het moment dat mijn taak onduidelijk was dan heb ik dat na gevraagd. Als ik meerdere taken te gelijk krijg, kan ik dat niet allemaal onthouden. Ik ben me daar van bewust en daarom schreef ik het op zodat ik het terug kon lezen. Daardoor raak ik niet onzeker in wat ik moet doen.
De werknemers behandelen de kinderen op een positieve manier. Er word niet geschreeuwd tegen de kinderen. Als een kind iets doet wat niet mag word hij/zij daar op aan gesproken. De werknemers praten met de kinderen om een gezellige sfeer op te bouwen. Ik denk dat dit deze manier voor kinderen prettig is.
Iedereen gaat op zijn eigen manier met de kinderen om. Als er een probleem is met een kind word daar wel over gesproken en naar een oplossing gezocht. Voordat ik aan mijn stage begon kreeg ik informatie over hoe ik met de kinderen om moet gaan. Hieronder zie je daar een kort overzicht van.
Als je een kind aan moet spreken op bepaald (storend) gedrag, hou dan de volgende punten in gedachten:
-Loop niet door de ruimte te schreeuwen, ga naar het kind toe en spreek hem/ haar aan.
- Neem een vervelend kind apart, zeker als het in een groep staat. Ga niet in discussie, zeg wat je van het gedrag vindt en wat er moet gebeuren.
- Zorg dat je als leiding één lijn trekt. Val elkaar nooit af in het bijzijn van de kinderen. Je kunt het later in de nabespreking uitpraten.
- Wees duidelijk en concreet.
- Zeg duidelijk wat je niet goed vindt en vertel dat hij/ zij daarmee op moet houden.
- Zorg dat een kind je aankijkt, laat het kind ook herhalen wat je hebt afgesproken.
- Probeer te voorkomen dat je echt kwaad wordt, dan hebben ze je natuurlijk precies waar ze je willen hebben. Tel maar tot tien of zo en bewaar je frustratie of kwaadheid tot de nabespreking .
Ik vind het niet moeilijk om met deze doelgroep om te gaan. Eigenlijk heb ik hier geen problemen mee gehad. Al snel had ik contact met de kinderen. Mijn grenzen hebben de kinderen niet overschreden dus heb ik dat ook niet aan hoeven geven.
Het lukte mij om mij in te leven in de kinderen. Op het moment dat een kind met eenverhaal kwam luisterde ik daar naar en vroeg door. Er was bijvoorbeeld een meisje waarvan de opa in het ziekenhuis lag. Ik praatte met haar daarover want dat is natuurlijk erg vervelend voor haar.
De omgang met collega's ging mij goed af. Een keer vond ik iets vervelend en heb ik daar met mijn begeleidster over gesproken. Ik vond namelijk niet dat ik daar op in moest gaan tegen die persoon zelf.
Ik heb weinig gebruik gemaakt van mijn stagebegeleiding. Ik kon zelf aan de slag en vroeg alleen maar wat ik kon doen. Ik had zelf vaker kunnen vragen hoe hij het vond gaan met mij.
Op de andere instelling besprak ik met de begeleidster de activiteit na die ik gedaan had die dag.
Ik kon thuis alles goed van me af zetten. Er waren ook niet echt situaties waar ik moeite mee had of die veel indruk op me maakte. Als dat wel zo was geweest had ik er waarschijnlijk thuis nog wel over nagedacht.
Het enige waar ik thuis nog wel eens mee bezig was, was met een activiteit bedenken. Dit vind ik leuk om te doen dus dat werkte niet belastend.
Eigen werkzaamheden
Tijdens mijn stage heb ik verschillende activiteiten voorbereid en uitgevoerd. Bij het voorbereiden hoorde ook affiches maken en ophangen voor de kinderen.
Ik heb toezicht gehouden tijdens de computerclub. De kinderen geholpen wanneer zij hulp nodig hadden en met de kinderen gespeelt. Af en toe heb ik boodschappen gekocht die nodig waren.
Ik vind de knutselclub op Woensdag middag altijd erg leuk omdat ik het leuk vind om te knutselen. De kinderen waarbij ik zat waren 7 t/m 9 jaar oud. Ik heb verschillende knutsel ideeën bedacht en de kinderen waren enthousiast.
Ik vind dat ik initiatief heb genomen in het bedenken van activiteiten. Daarbij heb ik dingen voorbereid. Tijdens activiteiten heb ik de leiding doordat ik de middag start door uit te leggen wat we gaan doen.
Ik ben mijn afspraken nagekomen. Op sommige dagen verschilde de begintijden. De dag ervoor vroeg ik het dan even zodat ik niet te laat kon komen. De taken die ik kreeg heb ik uitgevoerd.
Ik heb initiatief genomen om contact te maken met de kinderen. Dit heb ik op verschillende manieren gedaan. Door ze te helpen, door met ze mee te doen of door gewoon bij ze te gaan zitten. Ik begon dan een gesprek met ze en dan komen er vaak allerlei verhalen van de kinderen.
Eigen mening over het werk en eigen vaardigheden
Ik zou later niet binnen deze instelling aan het werk willen. De tijd dat de doelgroep aanwezig is, is maar kort. Van tevoren weet je nooit hoeveel en welke kinderen er komen. Ik werk liever met een vaste groep kinderen / mensen waarmee je echt iets kan opbouwen.
Deze stage heeft wel invloed op mijn keuze om door te gaan. Ik weet nu dat ik goed met kinderen om kan gaan en dat is wel belangrijk.
Ik ben er van overtuigd dat ik de juiste opleiding heb gekozen. Ik vind het namelijk leuk om creatieve activiteiten te doen. Doordat je iets leuks met de doelgroep doet krijg je al gauw een prettige en gezellige sfeer in de groep.
De aansluiting van de opleiding op stage was goed. Op school krijgen we veel creatieve vakken en op stage worden er veel creatieve activiteiten georganiseerd. In de lessen van TGL hebben we het gehad over kinderen. Het enige waar we het op school nooit over gehad hebben is over een achterstandsbuurt.